Rijksbegroting 2005Rijksbegroting 2005 
 
Zoeken  
Bestellen  

2/Tweede Kamer der Staten-Generaal



Vergaderjaar 2004-2005


VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2005


2 MEMORIE VAN TOELICHTING

10. INFORMATIE- EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE

10.1 Algemene beleidsdoelstelling

De minister is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs.

Informatie- en communicatietechnologie (ict) kan hierbij een krachtig middel zijn om het nieuwe leren – toegespitst op de individuele capaciteiten en behoeften, plaats- en tijdsonafhankelijk – mogelijk te maken en onderwijsinstellingen in staat te stellen leerlingen en studenten voor te bereiden op de arbeidsmarkt van morgen.

Daartoe stimuleert en faciliteert de minister de integratie van ict in het onderwijs.


In het beleidsplan Leren met ictvoor de periode 2003–2005 wordt uitgebreid stilgestaan bij de stand van zaken op het gebied van de integratie van ict in het onderwijs en de wenselijkheid van verdere stappen. In dit beleidsplan is aandacht voor:

• ict in de onderwijspraktijk;

• ict als middel om te leren;

• ict als middel om de kwaliteit en de doelmatigheid van het onderwijs te verbeteren;

• de mogelijkheden van de inzet van ict binnen het algemene onderwijsbeleid.


Hierbij staan de actoren – de instellingen, de docenten, de ict-coördinatoren en de leerlingen/studenten – die ict gebruiken in het onderwijs centraal. Afhankelijk van verschillende visies en specifieke knelpunten zullen onderwijsinstellingen ict op verschillende manieren integreren in hun onderwijs en binnen de organisatie. Aan onderwijsinstellingen is, via de vigerende bekostiging, de (financiële) ruimte geboden – binnen de randvoorwaarden van kwaliteit en toegankelijkheid – om zelf de verbeteringen en vernieuwingen door te voeren.


Ict is een steeds meer geïntegreerd onderdeel van het onderwijsbeleid geworden.

De afgelopen jaren is sprake van een gestage ontwikkeling voorwaarts. Zie hiervoor de ICT-monitor en de voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer zoals verschenen in mei 2004.


De minister heeft zich tot doel gesteld voor het onderwijs een bijdrage te leveren aan de volgende speerpunten uit de ict-agenda van het kabinet:

• het gebruik van open standaarden om minder afhankelijk te zijn van leveranciers;

• het versterken van de veiligheid, betrouwbaarheid en vertrouwen in internet en ict-voorzieningen;

• het uitreiken en gebruiken van betrouwbare digitale sleutels waarmee burgers en bedrijven zich eenduidig bekend kunnen maken;

• het beter benutten van de mogelijkheden van breedband.

Via de volgende activiteiten wordt in het onderwijs een bijdrage aan de implementatie van deze agenda geleverd: internetvoorziening voor de scholen, contentontwikkeling, breedbandstimulering, het stimuleren van het gebruik van open standaarden en de dienst Entree van de stichting Kennisnet.

10.2 Operationele doelstellingen

Het ict-beleid levert een bijdrage aan de beleidsprioriteiten van OCW. Daartoe zijn de operationele doelstellingen gerelateerd aan deregulering, autonomie en rekenschap (scholen in staat stellen te investeren in ict en de internetvoorziening), aan innovatie en versterking van de kennisinfrastructuur (de stichtingen Kennisnet en Ict op School, de Balkenende II middelen voor de inzet van de beleidsprioriteiten van OCW voor innovatie en de overige innovatieve projecten), en aan meer mensen werkzaam in het onderwijs (professionalisering van docenten).

10.2.1 Deregulering, autonomie en rekenschap

10.2.1.1 Scholen in staat stellen te investeren in ict

Wat willen we bereiken?

Scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs- en volwasseneneducatie in staat te stellen vorm te geven aan vernieuwingen in het onderwijs, specifiek de inzet van ict in de onderwijspraktijk.

Wat gaan we daarvoor doen?

De minister zorgt voor de benodigde koopkracht door het beschikbaar stellen van een ict-vergoeding. De scholen kunnen hiermee binnen de verkregen autonomie en bestedingsvrijheid de infrastructuur instandhouden en waar nodig verbeteren. Ook de aanschaf van hard- en software, de deskundigheidsbevordering en het beheer van de ict-voorzieningen kunnen met deze vergoeding worden gefinancierd.

Wat mag het kosten?

De structurele ict-vergoeding voor de koopkracht per leerling is in de reguliere bekostiging verwerkt en opgenomen in de begroting van de betreffende onderwijssectoren (primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie).

Voor monitoring en onderzoek is een budget van € 2 miljoen beschikbaar.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

In de ict-onderwijsmonitor van mei 2004 is gerapporteerd over de laatste ontwikkelingen in het onderwijsveld. Begin 2005 wordt er een ict-onderwijsmonitor (ICT in cijfers) afgenomen onder ict-coördinatoren en leraren in de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie en de lerarenopleidingen.

Daarnaast volgt, evalueert en beoordeelt de onderwijsinspectie de ict-toepassingen in het onderwijs. Hier ligt het accent op de bevordering van de inzet van ict-toepassingen voor verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. In 2005 zal aanvullend onderzoek worden verricht naar de wijze waarop het creatieve vermogen van leerlingen kan worden vergroot en naar de bijdrage van ict-producten en ict-diensten aan het innovatieve vermogen van scholen.

10.2.1.2 Internetvoorziening voor de scholen

Wat willen we bereiken?

Scholen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en de bve-sector in staat stellen optimaal gebruik te maken van de vele mogelijkheden van het internet.

Wat gaan we daarvoor doen?

Koopkracht

Onderdeel van de in 10.2.1.1 genoemde koopkracht voor ict is een bijdrage voor de internetvoorziening.

Centrale voorzieningen

De centrale voorzieningen zijn ingericht om scholen te ondersteunen bij de keuze van een leverancier voor hun internetvoorziening, waardoor de beheerslast op scholen wordt beperkt. Daarnaast is de doelstelling om educatieve content en diensten ook na deze overgang goed toegankelijk te laten blijven voor het onderwijs.


De stichtingen Kennisnet en Ict op School verzorgen de centrale voorzieningen, die bestaan uit de volgende drie componenten:

• Kwaliteitsregeling: bewaking van internetvoorzieningen voor scholen.

• ISP wijzer: advies en ondersteuning voor het onderwijs, dat scholen in staat stelt een weloverwogen keuze te maken bij de inrichting van hun eigen internetvoorziening.

• Een content en dienstenplatform: een virtueel platform voor content en diensten voor onderwijsinstellingen, om toegang tot en bereikbaarheid van educatieve content en diensten zo goed mogelijk te kunnen garanderen; Stichting Kennisnet werkt hiervoor intensief samen met SURFnet.


Voor de stimulering van breedband wordt aangesloten bij de breedbandnotitie van het ministerie van Economische Zaken. Op basis van onderzoek door OCW zullen kansrijke projecten op het gebied van breedbanddiensten worden gestimuleerd om te komen tot slimme inzet van ict ter verbetering en vernieuwing van het onderwijsleerproces.

Faciliteiten voor scholen in onrendabele gebieden

Voor scholen in onrendabele gebieden (geen ADSL-aansluiting mogelijk) is in 2004 een subsidieregeling ingesteld. Voor 2004 en 2005 kunnen scholen in onrendabele gebieden een beroep doen op deze regeling om de extra kosten van hun internetvoorziening te compenseren. De regeling is bedoeld om een passende internetvoorziening voor de desbetreffende scholen mogelijk te maken.

Wat mag het kosten?

Voor 2005 is binnen de enveloppe € 70 miljoen beschikbaar voor de internetvoorziening van het onderwijs. Deze € 70 miljoen is als volgt opgesplitst.

• Koopkracht (generiek): in 2005 is de koopkracht van de scholen € 55 miljoen. Deze middelen zijn in de reguliere bekostiging verwerkt en opgenomen in de begroting van de betreffende onderwijsdirecties.

• Centrale voorzieningen: voor de inrichting van de centrale voorzieningen is € 10 miljoen beschikbaar.

• Faciliteiten voor scholen in onrendabele gebieden: voor de subsidieregeling onrendabele gebieden is in 2005 € 5 miljoen beschikbaar.

Voor de breedbanddiensten is een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar uit de innovatiemiddelen Balkenende II.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Via een NIPO-enquête, in opdracht van de stichting Ict op School, wordt de tevredenheid van de scholen gemeten voor de componenten «kwaliteit en toegankelijkheid» en «advies en ondersteuning» van de centrale voorzieningen.

10.2.2 Innovatie en versterking van de kennisinfrastructuur

De innovatie en versterking van de kennisinfrastructuur krijgt voor de integratie van ict in het onderwijs gestalte via drie lijnen: via de stichtingen Kennisnet en Ict op School (10.2.2.1 en 10.2.2.2), via de extra impuls van het kabinet Balkenende II (10.2.2.3 en 10.2.2.4) en via de overige innovatieve projecten (10.2.2.5).

10.2.2.1 Realisatie internetplaats voor het onderwijs

Wat willen we bereiken?

Realiseren van een duurzame, op het onderwijs afgestemde en voor het onderwijs profijtelijke internetplaats waar sprake is van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van voor het onderwijs relevante content en diensten. Op deze manier wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het beschikbaar stellen van content en wordt kennisuitwisseling gefaciliteerd.

Wat gaan we daarvoor doen?

De stichting Kennisnet heeft bij de oprichting in 2001 opdracht gekregen om een bijdrage te leveren aan de realisatie van de internetplaats.

Dit wordt vormgegeven door het realiseren van een virtuele ruimte, die op veilige en doeltreffende wijze aan gebruikers van leer- en onderwijsprocessen meerwaarde biedt. De stichting Kennisnet richt zich de komende jaren op:

• vraaggestuurd werken: richten op doelgroepen (docenten, ict-coördinatoren, management en leerlingen), het ontwikkelen van informatie over bepaalde thema's (lesbrieven, vakwijzer, verkiezingenplein e.d.) en het richten op toename van gebruik in de leerpraktijk en door leerlingen;

• het aanbod meer op maat leveren, via Entree.


De stichting Kennisnet heeft een coördinerende rol bij ontwikkelingen rond ict-gebruik in het onderwijs. In het kader daarvan vertegenwoordigt deze stichting Nederland in het European Schoolnet (EUN), een Europees netwerk van organisaties dat zich richt op integratie van ict in het onderwijs.

Daarvoor maakt zij jaarlijks een activiteitenplan waarin doelstellingen worden geoperationaliseerd.


De doelstelling – toename van het gebruik en de tevredenheid – is in de onderstaande tabel concreet gemaakt door de stichting Kennisnet. Dit zijn voorlopige doelstellingen. De doelen voor 2005 worden eind 2004 vastgesteld op basis van het jaarplan voor 2005 van de stichting dat in oktober wordt ingediend. Daarin zijn de resultaten van het afgelopen jaar en de wensen van het onderwijsveld meegenomen.


Dit leidt tot de volgende streefcijfers voor de jaren 2004 en 2005.

Tabel 10.1: Toename van gebruik en tevredenheid 2004–2005
Educatieve content Realisatie 2003 Doel 2004 Doel 2005
Maandelijks gebruik leerlingen      
po 19% 30% 40%
vo 9% 15% 25%
bve 6% 10% 20%
Maandelijks gebruik docenten      
po 49% 55% 65%
vo 46% 54% 55%
bve 23% 30% 40%
Maandelijks gebruik managers      
po 77% 85% 90%
vo 77% 75% 85%
bve 33% 43% 55%
  Gemiddeld cijfer Gemiddeld cijfer Gemiddeld cijfer
Oordeel managers en ict-coördinatoren over Kennisnet 6,4 6,8 7,5
Oordeel docenten over Kennisnet 6,8 7,0 7,5

Entree

Voor het onderwijs is de authenticatie- en autorisatiedienst Entree van de stichting Kennisnet ontwikkeld. Met deze dienst wordt content op een eenvoudige en veilige wijze toegankelijk gemaakt en via contact met individuele instellingen ondersteuning geboden bij de vragen en keuzes waarvoor zij staan als het gaat om het gebruik van Kennisnet. Daarnaast zal Entree ingezet worden bij een verdere optimalisatie van de contentketen (zie paragraaf 10.2.2.4).

Wat mag het kosten?

In de subsidiebeschikking is vastgelegd dat er voor de stichting Kennisnet jaarlijks tot en met 2005 € 18,6 miljoen beschikbaar is. In aanvulling op het activiteitenplan van de stichting Kennisnet is voor internationale samenwerking een aanvullende subsidie van € 0,1 miljoen toegekend.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Jaarlijks laat de stichting Kennisnet in oktober door het NIPO een onderzoek uitvoeren of de streefcijfers van gebruik en tevredenheid voor dat jaar zijn gerealiseerd. Bovenstaande tabel is gebaseerd op het onderzoek van NIPO. Aan het eind van het jaar komen de resultaten beschikbaar en mede op basis hiervan worden de doelen van het jaar daarop en de hiervoor benodigde activiteiten bepaald. Vanaf 2004 laat stichting Kennisnet ook in juni een NIPO-onderzoek uitvoeren.


In 2004 zal stichting Kennisnet samen met stichting Ict op School worden geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie zal worden beslist over hoe de relatie tussen OCW en de stichtingen na 1 januari 2006 vorm zal krijgen en hoe de beschikbare middelen na 2005 zullen worden ingezet. Hiertoe wordt eind 2004 een voorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.

10.2.2.2 Efficiënt en effectief gebruik van ict

Wat willen we bereiken?

Het versterken van de positie van de scholen voor primair en voortgezet onderwijs als consument van producten en diensten die gericht zijn op de integratie van ict om tot effectief en efficiënt gebruik van ict te komen. Goed geïnformeerde scholen die hun krachten bundelen zijn beter in staat de vraag te formuleren, gerichte keuzen te maken en kennis te delen op het gebied van de professionalisering van docenten en aanschaf en inzet van ict-middelen en content. Concreet betekent dit:

• scholen hebben de infrastructuur beter op orde en hebben het beheer beter geregeld;

• docenten maken meer gebruik van ict in de lessituatie;

• docenten zijn beter in staat om educatieve content te vinden en te gebruiken;

• scholen zijn beter geïnformeerd over de mogelijkheden van het gebruik van ict;

• scholen kiezen meer voor samenwerking zodat zij ict doelmatiger kunnen inzetten.

Wat gaan we daarvoor doen?

De stichting Ict op School heeft bij de oprichting in 2001 de publieke taak gekregen om bovengenoemde doelstellingen te realiseren. De minister stelt de stichting in staat deze taken uit te voeren. Jaarlijks maakt de minister afspraken met de stichting over de nadere invulling van activiteiten.


De stichting Ict op School vervult de rol van procescoördinator en treedt op als consumentenorganisatie voor het onderwijs.

Om de doelstellingen te bereiken heeft de stichting de volgende hoofdtaken geformuleerd:

• kennisuitwisseling over producten en diensten op het gebied van ict in het onderwijs;

• specificeren en bundelen van vragen («vraagarticulatie») over producten en diensten op het gebied van ict in het onderwijs;

• kennisontwikkeling over integratie van ict in het onderwijs;

• stimuleren van regionale samenwerking.


In de werkplannen is een aantal inhoudelijke programmalijnen bepaald dat aansluit op te realiseren doelen. Het realiseren van effectief en efficiënt gebruik van ict in het onderwijs is afhankelijk van veel factoren en actoren in en rond de instellingen. De stichting Ict op School is één van de partijen die scholen ondersteunt in dit complexe geheel.


De stichting Ict op School is gevraagd een platform in te richten om het bedrijfsleven te betrekken bij integratie van ict in het onderwijs. Bedrijven worden uitgenodigd hun expertise en ervaringen in te zetten ten gunste van zoveel mogelijk onderwijsinstellingen. Hiertoe worden activiteiten ondernomen om bedrijfsleven en onderwijspartijen bij elkaar te brengen en gezamenlijk veelbelovende initiatieven te laten ondersteunen of mede uit te voeren. Het te initiëren platform bouwt voort op de activiteiten en doelstellingen van de stichting Platform Onderwijs en Informatiesamenleving (stichting O&I) die medio 2003 haar werkzaamheden heeft neergelegd.

Wat mag het kosten?

De stichting Ict op School moet haar werkzaamheden realiseren binnen het beschikbare budget van € 2,7 miljoen. Voor het bevorderen van de samenwerking met het bedrijfsleven zijn aanvullende middelen gereserveerd (€ 0,1 miljoen).

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Door middel van een jaarlijks in oktober door het TNS-NIPO uit te voeren onderzoek worden de gebruikersbehoeften van de doelgroep bepaald en wordt de mate van tevredenheid onderzocht. De wensen en behoeften van de scholen, die door middel van dit onderzoek op tafel komen, vormen de belangrijkste bouwstenen voor het activiteitenplan voor het daarop volgende jaar. De eerste meting door TNS-NIPO is verricht in 2002. In september 2003 is de tweede meting verricht, waarbij meer aandacht was voor de relatie tussen de activiteiten van de stichtingen en de doelstellingen van OCW.

In het najaar 2004 zal de derde meting worden uitgevoerd.

Daarnaast laat de stichting Ict op School jaarlijks een onderzoek uitvoeren naar lokale en regionale samenwerking van scholen in het primair onderwijs op het gebied van ict.

Hierbij wordt ondermeer gekeken naar het volume van deelname en naar kwalitatieve kenmerken van samenwerking.


Met ingang van 2005 zullen de effecten van de werkzaamheden van Ict op School meetbaar en transparant worden gemaakt door middel van de Kwaliteitsindex, waarvoor de cijfers uit de TNS-NIPO enquête van oktober 2004 de basis vormen. Op deze wijze wordt een groot aantal producten en diensten van een cijfer voorzien in termen van bekendheid bij en relevantie voor de scholen. De norm voor een voldoende functioneren (ondergrens) is voorlopig vastgelegd op een index van 100. De keuze van de indicatoren die gebruikt worden voor de index vindt plaats in overleg tussen de stichting en OCW. De definitieve keuze voor de index wordt eind 2004 vastgesteld op basis van het jaarplan 2005 van de stichting Ict op School, de gegevens van het voorgaande jaar en de resultaten van de NIPO-enquête van oktober 2004. De gegevens die ten grondslag liggen aan de jaarlijks vast te stellen index zijn openbaar en worden gepubliceerd via de website van Ict op School.

10.2.2.3 Kennis en ervaring: ontwikkeling, verrijking en verspreiding

Wat willen we bereiken?

De minister stelt zich ten doel het bevorderen van de ontwikkeling van kennis over het didactisch gebruik van ict binnen de vakken en over het gebruik van ict binnen de onderwijsorganisatie. Hierdoor ontstaat meer inzicht in het gebruik van de (innovatieve) mogelijkheden van ict in het onderwijs.

Wat gaan we daarvoor doen?

In 2004 is gestart met het project «de kennisrotonde», waarbij een platform voor onderwijsinnovatie met ict wordt gevormd (het Ict Kennisplatform) om scholen, die in innovatietrajecten met vragen komen, bij te staan en te ondersteunen bij het vinden van een antwoord. Het Ict Kennisplatform koppelt ontwikkelingsvragen van scholen aan beschikbare kennis en ervaring. Daar waar de kennis en ervaring niet voorhanden is, wordt kennisproductie ondersteund om die kennis praktijkgericht te verwerven. Het identificeren van de innovatiebehoeften van scholen is in 2004 gestart op basis van de beschikbare vraagarticulatie (een van de reguliere activiteiten van stichting Ict op School).

Het streefcijfer is om 20 innovatievragen in behandeling te nemen, waarvan er minstens 10 in 2004 bemiddeld worden via het Ict Kennisplatform. Daarnaast wordt de ontwikkeling van meer systematische vraagarticulatie onderscheiden, waarmee een groot deel van de scholen bereikt wordt en de opening van één innovatieloket, waar scholen met hun vragen terecht kunnen.

De precieze vormgeving van de kennisproductie in 2005 zal voortbouwen op – en is daarmee afhankelijk van – de uitwerking van een aantal activiteiten in 2004, zoals de start van het Ict Kennisplatform, de nadere uitwerking van de kennisproductie, de eventuele inbedding in of aanhaking bij een breder innovatiebeleid.

Wat mag het kosten?

De bijdrage voor het Ict Kennisplatform is € 1 miljoen.

Ter stimulering van de kennisproductie is een bijdrage van € 3 miljoen voorzien.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Na de definitieve beoordeling van het plan van aanpak van de Kennisrotonde zal de wijze waarop de prestatiegegevens worden gemeten nader bepaald worden.

10.2.2.4 Contentontwikkeling

Wat willen we bereiken?

De minister stelt zich ten doel innovaties in de markt te stimuleren en investeringen door content ontwikkelaars aan te jagen. Hierbij is aandacht voor onderwijs op maat en staat de gebruiker centraal.

Wat gaan we daarvoor doen?

Om ict goed te kunnen integreren in het onderwijs is het van belang dat de educatieve contentketen goed functioneert. Dit houdt in dat er voldoende educatieve content ontwikkeld moet worden, dat deze content op toegankelijke wijze beschikbaar gesteld wordt en de content op een flexibele wijze gearrangeerd kan worden. De content moet goed overgebracht worden zodat de eindgebruiker de content kan inzetten voor de eigen leerdoelen. In 2004 is stichting Kennisnet gestart met het uitvoeren van het plan van aanpak van de educatieve contentketen.

In de educatieve contentketen is een vijftal stappen te onderscheiden te weten: (1) de ontwikkeling van materiaal, (2) het beschikbaar stellen, (3) het vindbaar maken, (4) het arrangeren en (5) het daadwerkelijke gebruik van gebased educatief materiaal.


In 2004 worden de eerste resultaten en vervolgplannen van aanpak van de verschillende deelprojecten beoordeeld. In juli 2004 zijn de vooronderzoeken van de deelprojecten Contentfonds, Metadata, Open Standaarden en Onderwijskennisbank afgerond en de vervolgplannen van aanpak gereed. In oktober 2004 zijn de vooronderzoeken van de deelprojecten Contentuitwisselplatform en Zoeken & Vinden educatief lesmateriaal afgerond en zijn de vervolgplannen van aanpak gereed. Als deze beoordeling positief is, zal Kennisnet in 2005 deze plannen verder uitvoeren.

Wat mag het kosten?

Voor de contentontwikkeling is € 2,5 miljoen beschikbaar.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Na de definitieve beoordeling van het plan van aanpak van de contentketen zal de wijze waarop de prestatiegegevens worden gemeten nader bepaald worden.

10.2.2.5 Overige innovatieve projecten

Informatie- en kennistransfer vakgebieden

Wat willen we bereiken?

De minister stelt zich ten doel het bevorderen van de ontwikkeling van kennis over het didactisch gebruik van ict.

Wat gaan we daarvoor doen?

Acht expertisecentra ict in het onderwijs verzamelen informatie over de mogelijkheden van ict op hun expertisegebied. Expertisecentra hebben een rol bij het signaleren van wensen uit het veld en bij het geven van overzicht van (vakspecifieke) ontwikkelingen. Expertisecentra spelen bovendien een rol in het uitwerken en uitvoeren van vernieuwende vakdidactische ontwikkelingen. Elk van de acht expertisecentra onderzoekt op zijn eigen vakgebied de mogelijke meerwaarde van ict en doet dit in nauwe samenwerking met betrokken leerlingen, docenten, uitgevers, schoolbegeleiders en collega-onderzoekers uit het buitenland.

Elk expertisecentrum publiceert in 2005 geregeld op de eigen website, in vakbladen en in notities over vernieuwende vakdidactische ict-ontwikkelingen.

De expertisecentra-ict worden gevormd door instellingen die ook op andere vlakken een belangrijke taak hebben bij de ontwikkeling van vakinhoud en vakdidactiek. Met de intergratie van ict in het reguliere OCW beleid, zullen ook de activiteiten van de ict-expertisecentra in 2005 zoveel als mogelijk worden geïntegreerd in de reguliere activiteiten van de instellingen.

Wat mag het kosten?

De expertisecentra hebben op basis van projectplannen in 2004 een bijdrage toegekend gekregen voor 2004 en 2005 van in totaal € 1,2 miljoen. In 2005 wordt daarvan € 0,2 miljoen uitbetaald.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

De eindrapportages van de expertisecentra komen beschikbaar in januari 2006. Daarmee rapporteren de centra over de uitvoering van de projectplannen en wordt inzicht gegeven in de uitgevoerde activiteiten. De evaluatie van de resultaten en de effecten van de opgeleverde producten wordt rond de eindrapportages van 2006 uitgevoerd.

Open source software en open standaarden (ossos)

Wat willen we bereiken?

De kennis over open source software en het gebruik van open standaarden te bevorderen binnen het onderwijs.


Open standaarden vormen een belangrijk voorwaarde om binnen informatieketens (o.a. administratieve, maar ook de eerder genoemde contentketen) zonder belemmeringen data uit te kunnen wisselen, ook wel interoperabiliteit genoemd.

Door het gebruik van open source en open standaarden kan daarnaast de afhankelijkheid van één of enkele leveranciers verminderd worden. Het gebruik van open standaarden is een prioriteit van de ict-agenda van het kabinet. Uit een nulmeting uitgevoerd door TNS-NIPO is gebleken dat binnen het onderwijs de kennis over open source software en open standaarden lacunes vertoont en het gebruik achterblijft. Dit vormt een belangrijke belemmering in het uitwisselen en gebruik van educatieve content.

Wat gaan we daarvoor doen?

Dit jaar is er door TNS-NIPO een nulmeting uitgevoerd om te achterhalen wat het kennisniveau en de gebruiksdichtheid is van open standaarden en open source software binnen het po, vo en bve. Geconcludeerd kan worden dat de kennis over open standaarden – welke een voorwaarde zijn voor interoperabiliteit – lacunes vertoont en het gebruik achterblijft. Voor de kennis en het gebruik van open source software geldt hetzelfde.


Op basis van de uitkomsten van de nulmeting zijn de stichtingen Ict op school en Kennisnet gevraagd nadere prioriteiten aan te brengen in het bestaande plan van aanpak voor 2004 en een voorstel in te dienen met de activiteiten op het gebied van ossos voor 2005 en 2006, om zo het onderwijsveld van de juiste kennis en voorbeelden te voorzien, zodat het in staat is zelf keuzes te maken en de afhankelijkheid van een of enkele leveranciers te verminderen en de uitwisselbaarheid van digitaal materiaal te vergroten.


Daarnaast is gebleken dat er behoefte is aan een monitor waaraan instellingen de toegankelijkheid van hun website kunnen meten. In 2003 heeft deze websitemonitor voor bve en ho plaatsgevonden. In 2004 en 2005 wordt deze meting opnieuw uitgevoerd. Dit instrument is effectief gebleken voor de digitalisering van de gemeenten. Niet alleen stimuleert dit instrument om ieder jaar verder te gaan in de elektronische dienstverlening, maar is het ook een geschikte benchmark om te meten waar een school nu staat.

Wat mag het kosten?

Voor de uitvoering van de doelstellingen en activiteiten voor 2005 is een budget gereserveerd van € 0,5 miljoen. In dit bedrag is ook een vervolg van de nulmeting ossos 2005 opgenomen, evenals de websitemonitor bve en ho 2005.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Dit jaar is er door TNS-NIPO voor het eerst een nulmeting uitgevoerd (TNS Nipo, B-5926). Op basis van deze meting zijn kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen voor de komende jaren geformuleerd. Begin 2005 wordt deze meting opnieuw uitgevoerd. In 2003 is voor het eerst de websitemonitor voor onderwijsinstellingen (bve en ho) uitgevoerd. Sinds 1999 wordt deze monitor uitgevoerd voor de overheidssector.

ict-agenda

Wat willen we bereiken?

Bezien zal worden welke bijdrage OCW voor het onderwijsveld kan leveren op basis van de door het kabinet geformuleerde speerpunten in de ict-agenda.

Wat gaan we daarvoor doen?

In overleg met de ministeries van Economische en Binnenlandse Zaken wordt in het najaar 2004 bekeken welke activiteiten in dit kader zullen worden uitgevoerd. Hierbij worden ook de stichtingen Kennisnet en Ict op School betrokken.

Wat mag het kosten?

Hiervoor is een budget gereserveerd van € 0,5 miljoen.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Niet van toepassing.

Communicatie «Parels»

Wat willen we bereiken?

De bedoeling is de enorme schat aan kennis en ervaring die aanwezig is binnen de scholen transparant dan wel direct praktisch toepasbaar voor een andere school te maken.

Wat gaan we daarvoor doen?

In 2005 wordt een handzame publicatie opgesteld op basis van schoolportretten van in de praktijk bewezen ict-concepten die direct toepasbaar zijn door andere scholen. Dit gebeurt in samenwerking met de Inspectie van het onderwijs.

Daarnaast zal vanuit journalistieke invalshoek een publicatie worden gemaakt over 8 jaar ict-beleid met als doel om opgedane ervaringen en kennis in het gebruik van ict in de scholen over te dragen aan andere maatschappelijke sectoren en het buitenland.

Wat mag het kosten?

Hiervoor is een budget gereserveerd van € 0,5 miljoen.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Niet van toepassing.

Internationaal

Wat willen we bereiken?

De minister stelt zich ten doel internationale samenwerking en kennisuitwisseling op het gebied van ict in het onderwijs te stimuleren, zodat geleerd kan worden van buitenlandse ontwikkelingen voor de Nederlandse situatie. Daarmee hangt samen het uitdragen van de Nederlandse verworvenheden naar Europese bondgenoten.

Wat gaan we daarvoor doen?

Ook in de internationale samenwerking verandert de focus van «ict als doel» steeds meer naar «ict als middel». De meeste internationale activiteiten rond ict zijn opgenomen in de staande beleidstrajecten. De vertegenwoordiging van Nederland in het European Schoolnet (EUN) wordt vooralsnog verzorgd door de stichting Kennisnet.

In (ict-)gremia van de EU en bij uitwisselingsprojecten wordt «gehaald en gebracht». Er wordt geleerd van buitenlandse ervaringen en Nederlandse ervaringen en standpunten worden uitgedragen. Nederland wordt vertegenwoordigd in twee internationale commissies: op het terrein e-learning en ict in education. In 2005 worden uitwisselingsprojecten georganiseerd op beleidsmatig en uitvoerend niveau.

Wat mag het kosten?

Voor internationale samenwerking is een bedrag gereserveerd van € 0,2 miljoen voor centrale activiteiten. Het gaat hierbij om een afbouw van lopende verplichtingen. De structurele component van internationale samenwerking wordt ondergebracht onder de activiteiten van de stichting Kennisnet.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Niet van toepassing.

10.2.3 Meer mensen werkzaam in het onderwijs

Het beleid gericht op de ict-professionalisering wordt ingepast bij andere innovatietrajecten. De effecten van ict zijn merkbaar in de verandering van de schoolorganisatie, de taakbelasting en functiedifferentiatie. Steeds meer activiteiten rond professionalisering van ict worden daarom in samenhang met andere beleidsthema's uitgevoerd.

10.2.3.1 Professionalisering docenten

Wat willen we bereiken?

De minister stelt zich ten doel te stimuleren dat in de onderwijspraktijk gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van ict en dat ict onderdeel gaat uitmaken van de onderwijsdidactiek. Docenten zijn de dragers van (vernieuwingen in) het onderwijs. Ict biedt hen een ondersteuningsstructuur om taak- en functiedifferentiatie mogelijk te maken. Het middel ict moet de komende periode worden benut om de gewenste innovatie van het onderwijs verder vorm te geven. De ict-vaardigheden van docenten nemen weliswaar nog steeds toe, maar voor het daadwerkelijke gebruik van ict in de klas zijn nog niet alle docenten toegerust. Het streven voor de komende jaren is een gestage groei van het percentage docenten dat over voldoende ict-vaardigheden beschikt.

Wat gaan we daarvoor doen?

Grassroots

In het ict-beleid wordt aangesloten bij de zogenaamde GrassRoots-projecten: kleinschalige ict-projecten waarin docenten positieve ervaringen opdoen bij het gebruik van ict in het onderwijs. Uit de evaluatie van deze projecten blijkt, dat GrassRoots die ingebed zijn in het beleid van de scholen, een krachtig hulpmiddel zijn om docenten daadwerkelijk ict te laten gebruiken in hun onderwijspraktijk. Om de olievlekwerking van de GrassRoots verder te stimuleren blijft het in 2005 mogelijk voor elke docent om een GrassRoots-project uit te voeren. Het doel is het aantal deelnemende scholen aan GrassRoots in 2005 te laten stijgen van 1000 naar 2000 en het aantal deelnemende docenten van 2000 naar 5000.

In de «GrassRoots-etalage» op www.kennisnet.nl worden tenminste 500 projecten als voorbeeld gepresenteerd en benut voor scholingsdoeleinden in het onderwijs.

Grassrootsprojecten zullen niet alleen meer ten dienste staan van ontwikkeling van ict-vaardigheden maar aansluiten bij andere prioritaire thema's.

De uitwerking van aanvullend beleid gericht op ict-deskundigheidsbevordering is ingepast binnen het plan van aanpak onderwijspersoneel. In de uitwerking wordt aandacht besteed aan de stimulerende en katalyserende werking die ict kan hebben op de onderwijsvernieuwing, in samenhang met functiedifferentiatie (plan van aanpak onderwijspersoneel).

Ook binnen de activiteitenplannen van de stichting Ict op School is aandacht voor deskundigheidsbevordering, onder andere via het beschikbaar stellen van tools en goede voorbeelden.

GrassRoots cultuureducatie

In 2004 is de stichting Kennisnet gestart met de coördinatie van de GrassRoots cultuureducatie. Ook in 2005 kunnen cultuurinstellingen zich aanmelden bij de stichting Kennisnet om GrassRootslocatie te worden. Via deze locaties worden docenten in het primair onderwijs in staat gesteld een les cultuureducatie te verzorgen met ict. Het doel in 2005 is om in totaal 15 GrassRootslocaties te hebben die in totaal ruim 2000 docenten in het primair onderwijs in staat stellen een cultuureducatieles met ict te geven.


Naast de in deze paragraaf genoemde activiteiten voert ook de stichting Ict op School activiteiten uit op het gebied van kennisontwikkeling door het (laten) uitvoeren en publiceren van diverse onderzoeken op het gebied van integratie van ict in het onderwijs.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

Na een start van het Ict-Kennisplatform in 2004 zal aparte aandacht uitgaan naar naamsbekendheid en klantgerichtheid van het platform. Het Ict-Kennisplatform zal hier zelf voor zorgdragen en hierover rapporteren. Voor 2005 en 2006 zullen nieuwe streefcijfers worden ontwikkeld op basis van de ervaringen in 2004, met als doelstelling om in 2006 een groot deel van de scholen (de helft van de scholen in het primair onderwijs, meestal via samenwerkingsverbanden en een derde van de scholen in het voortgezet onderwijs) te betrekken bij kennisontwikkeling op het gebied van ict en onderwijsinnovatie. Doelstelling is verder dat relevante doelgroepen dan bekend zijn met het Ict-Kennisplatform als marktplaats voor vragen en antwoorden op het gebied van ict in het onderwijs.

Professionalisering

«Learning by doing» is de belangrijkste manier waarop docenten zich vaardig maken voor de inzet van ict in het onderwijs.

Docenten hebben daarbij behoefte aan werkpleknabije ondersteuning. In 2004 is een onderzoek uitgevoerd naar de wijze waarop de ondersteuning in de dagelijkse praktijk wordt vormgegeven en wat de verschillende ervaringen zijn.

Op basis van de inventarisatie wordt in 2005 bekeken of OCW een rol heeft bij de vormgeving en facilitering van de ondersteuning. Op basis van de uitkomst wordt bepaald welke partijen OCW zal betrekken bij een eventuele projectopzet.

Voor de uitwerking van het project ondersteuning van «learning by doing» is een reservering opgenomen van € 0,5 miljoen.


In 2004 is een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar de manier waarop docenten ondersteund worden bij het benutten van ict in hun onderwijs. Uit dat onderzoek blijkt dat een werkpleknabije ondersteuning van cruciaal belang is. Deze ondersteuning dient niet zozeer gericht te zijn op het verbeteren van allerlei technische vaardigheden, maar vooral op organisatorisch, onderwijskundig en motiverend gebied.

Tevens blijkt uit het onderzoek dat die ondersteuning op heel veel verschillende manieren kan worden ingevuld. In 2005 wordt daarom een beperkt aantal pilotprojecten uitgevoerd met verschillende invullingen van de ict-coach, waarbij tevens onderzocht wordt wat de sterke en zwakkere kanten zijn van elke aanpak.

Wat mag het kosten?

Voor de verbreding en verdieping van Grassroots-projecten (inclusief evaluatie) is in 2005 een budget van € 0,5 miljoen beschikbaar. De GrassRoots cultuureducatie wordt voor € 0,5 miljoen ondersteund met het ict innovatiegeld.

Voor professionalisering van docenten is vanaf 2005 structureel € 1,0 miljoen beschikbaar.

Prestatiegegevens en evaluatieonderzoek

De uitvoering van GrassRoots zijn in de loop van 2003 en 2004 uitvoerig bekeken. Het evaluatierapport komt eind 2004 beschikbaar. De directe resultaten van de GrassRoots zijn zichtbaar doordat alle eindproducten op de GrassRoots website worden gepubliceerd. Op basis van de uitkomst van de evaluatie zal worden bepaald hoe OCW betrokken wil blijven bij het GrassRootsproject.

Aan de rapportage van het eventuele ondersteuningsproject worden in de projectopzet eisen gesteld.

10.2.4 Doorlopende verplichtingen

Wat willen we bereiken

Overige en veldspecifieke projecten

Het doel is onder andere de lopende projecten van de subsidieregeling «methode en programmatuur» en veldspecifieke ict-projecten (o.a. programmamatrix, NICL/APS en «omgang met verschillen») op ordentelijke wijze af te wikkelen.

Daar waar mogelijk vindt stimulering plaats van innovatieve projecten. Voor 2005 en verder worden voornamelijk projecten gestimuleerd die ict als middel hanteren in brede innovatietrajecten.

Wat gaan we daarvoor doen?

De behandeling van deze projecten houdt beoordeling van de eindrapportages in en financiële verantwoordingen om te komen tot definitieve subsidievaststellingen.

Wat mag het kosten?

In 2005 is € 0,3 miljoen beschikbaar.

10.3 Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 10.2: Budgettaire gevolgen artikel 10 (x € 1 000)
  2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009
Verplichtingen 8 755 53 691 51 936 42 440 37 437 36 437 36 437
Waarvan garanties 0 0 0 0 0 0 0
Uitgaven 101 290 53 691 51 936 42 440 37 437 36 437 36 437
               
Programma-uitgaven   51 281 50 023 40 846 36 096 35 096 35 096
               
Deregulering, autonomie en rekenschap              
1.a.Ict-bijdrage per leerling, inclusief internetvoorziening Zie begrotingen PO, VO en BVE          
1.b.Monitoring/onderzoek 651 972 2 020 1 200 1 200 1 200 1 200
2.Internetvoorziening centraal              
a. onrendabele gebieden   5 000 5 000        
b. centrale voorziening 72 133 5 000 10 000 10 000 10 000 10 000 10 000
               
Innovatie en versterking van de kennisinfrastructuur              
3.Innovatiestichtingen              
a. BasissubsidieKennisnet 18 600 18 600 18 600 18 600 18 600 18 600 18 600
b. Basissubsidie Ict op School 2 723 2 723 2 723 2 723 2 723 2 723 2 723
c. Internationaal 157 100 100 100 100 100 100
d. Onderwijs en bedrijfsleven 23 290 100 100 100 100 100
               
4.InnovatieBalkenende II              
– Platform   1 000 1 000 1 000 –/– –/– –/–
– Kennisproductie (Kennisrotonde)   3 500 3 000 1 000 –/– –/– –/–
– Grassroots cultuureducatie   1 000 500 –/– –/– –/– –/–
– Contentontwikkeling 1 171 3 500 2 500 1 000 –/– –/– –/–
– Breedband   2 000 1 000 –/– –/– –/– –/–
               
5.Overige innovatieve projecten              
– Informatie- en kennistransfer vakgebieden   960 240 600 600 600 600
– OSSOS     500 500 500 500 500
– ICT-agenda     500 500 500 273 273
– Communicatie «Parels»     500        
– Internationaal   105 250        
               
Meer mensen werkzaam in het onderwijs              
6.Professionaliseringvan docenten              
– Grassroots (incl. evaluatie) 3 648 1 060 480        
– Professionaliseringdocenten   100 1 000 1 000 1 000 1 000 1 000
– DRO   50          
               
Doorlopende verplichtingen              
NL.tree   3 182          
Overige en veldspecifieke ict-projecten 2 184 2 139 10 2 523 773    
               
Apparaatsuitgaven   2 410 1 913 1 594 1 341 1 341 1 341
Ontvangsten 48 220 47 776 47 776 47 776 47 776 47 776 47 776

10.4 Budgetflexibiliteit

Tabel 10.3: Budgetflexibiliteit artikel 10 (x € 1 000)
    2005   2006   2007   2008   2009
1.Totaal geraamde kasuitgaven   51 936   42 440   37 437   36 437   36 437
2.Waarvan apparaatsuitgaven   1 913   1 594   1 341   1 341   1 341
3.Dus programma-uitgaven   50 023   40 846   36 096   35 096   35 096
Waarvan op 1 januari van jaar t                    
4.Juridisch verplicht 10% 5 100                
5.Complementair noodzakelijk                    
6.Bestuurlijk gebonden (maar niet juridisch) 90% 44 923 100% 40 846 100% 36 096 100% 35 096 100% 35 096
7.Beleidsmatig gereserveerd (o.g.v. een wettelijke regeling of beleidsprogramma)                    
8.Beleidsmatig nog niet ingevuld                    
9.Totaal 100% 50 023 100% 40 846 100% 36 096 100% 35 096 100% 35 096

De ict begroting bestaat vanaf 2005 geheel uit specifieke stimulering of projectfinanciering. In 2005 zijn de gelden voor de onrendabele gebieden en de overige ict-projecten juridisch verplicht. De overige gelden zijn bestuurlijk gebonden. Het betreft de middelen voor de stichtingen, de gelden voor innovatie Balkenende II, de overige innovatieve projecten en de gelden voor professionalisering van docenten.

Ten aanzien van deze gelden worden door de stichtingen jaarplannen ingediend, voor de overige middelen geldt dat er activiteiten in voorbereiding of in aanbesteding zijn.

10.5 Veronderstellingen in effectbereik, doelmatigheid en raming

De bestuurlijke aanpak om de hoofdmoot van de bestedingen vrij besteedbaar aan de onderwijsinstellingen ter beschikking te stellen met verantwoording achteraf is een cruciale factor voor een effectieve en doelmatige besteding van de beschikbare middelen voor ict in het onderwijs. Decentraal beleid zal het meeste effectief zijn, omdat scholen zelf het beste kunnen bepalen waar behoeften en knelpunten bij de integratie van ict in het onderwijs liggen. Centraal beleid dient ontwikkelingen te faciliteren en te stimuleren. Vanaf 2004 is de decentrale component van het ict-beleid verder versterkt door scholen zelf de verantwoordelijkheid te geven hun eigen internetvoorziening te regelen.

De samenhang van de doelstellingen, de doelmatige inzet en de raming wordt gevonden in het stellen van operationele doelen.

De voortgang en het resultaat worden gemeten met de ict-onderwijsmonitor.